Liturgie voor zondag 8 april 2018

Liturgie voor de dienst op zondag 8 april 2018

2de zondag van Pasen 

Leven bij de ‘gratie van de ontmoeting’.

 

Voorganger:       Ds. (A.J.T.)Thea Bouwman

Organist:          dhr. Rein Ros

 


MEDEDELINGEN

 

AANVANGSPSALM: Lied 146 a: 1 en 3

 

        Laat ons nu vrolijk zingen!

Kom, hef uw liederen aan

Voor Hem, wie alle dingen

altijd ten dienste staan

Ik wil de Heer daarboven

Lof prijzen hier op aard,

Ja, Hem van harte loven,

Die veilig mij bewaart.

 

Hij is de Heer, de sterke,

In Hem is alle macht.

Dat zeggen ons zijn werken,

Dat zeggen dag en nacht,

De aarde en de hemel.

De mensen en het vee,

En alles wat er wemelt

In ’t water van de zee.

 STIL GEBED

 VOTUM EN GROET:

 ZINGEN: Lied 195: 1

         Ere zij de Vader en de Zoon

En de heilige Geest,

Als in den beginne, nu en immer

En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen

       

VEROOTMOEDIGINGSGEBED: 

ZINGEN: Lied 659: 1 en 2

       Kondigt het jubelend aan,

laat het de windstreken horen,

doe het de aarde verstaan:

God heeft ons wedergeboren.

 

Zingt met een juichende stem,

ademt weer opgetogen,

dit is Jeruzalem,

ere zij God in den hoge!

 AANMOEDIGING tot LEVEN (genadeverkondiging) 1 Joh. 5: 11-12

 ZINGEN: Lied 630: 1

 Sta Op! Een morgen ongedacht,

Gods dag is aangebroken,

er is in een bewogen nacht

een nieuwe lente ontloken.

Het leven brak door aarde en steen,

uit alle wondren om u heen

spreekt, dat God heeft gesproken

 LEEFREGEL NT: 1 Johannes 3 en 4

 ZINGEN Lied 630: 4

 Sta op! Hij gaat al voor ons uit,

de schoot van ’t graf ontkomen.

De morgen is vol nieuw geluid, -

werp af uw boze dromen,

Waar Hij, ons Hoofd, is voorgegaan,

is voor het lichaam nu vrij baan

naar een bestaan volkomen.

 GEBED OM DE HEILIGE GEEST

 ZINGEN: projectlied

(kinderen gaan naar de nevendienst)

LEZING OT: Jesaja 26: 1-3

         Op die dag zal in Juda dit lied klinken:

‘Wij hebben een sterke stad,

de HEER biedt ons redding

als een wal, als een muur.

Open de poorten,

opdat het rechtvaardige volk kan binnentreden,

het volk van uw getrouwen.

De standvastige is veilig bij u,

vrede is er voor wie op u vertrouwt.

 

ZINGEN: Lied 675: 1

         Geest van hierboven, leer ons geloven,

hopen, liefhebben door uw kracht!

Hemelse Vrede, deel U nu mede

aan een wereld die U verwacht!

Wij mogen zingen van grote dingen,

als wij ontvangen al ons verlangen,

met Christus opgestaan. Halleluja!

Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven,

als wij herboren Hem toebehoren,

die ons is voorgegaan. Halleluja!

LEZING NT: Johannes 20: 11-18 en Johannes 21: 27-29

 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 Johannes 21: 27-29:

 En tegen Thomas zei Jezus:

 Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof. Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!” Jezus zei tegen hem: Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.

 ZINGEN: Lied 675: 2

         Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,

Liefde die ons hebt liefgehad?

Niets is ten kwade wat wij ook lijden,

Gij houdt ons bij de hand gevat.

Gij heb de zege voor ons verkregen,

Gij zult op aarde de macht aanvaarden

en onze koning zijn. Halleluja!

Gij, onze Here, doet triomferen

die naar U heten en in U weten,

dat wij Gods zonen zijn. Halleluja!

 VERKONDIGING

 ZINGEN: Lied 528: 1, 2, 3 en 5

 

Omdat Hij niet ver wou zijn

Is de Heer gekomen. Midden in wat mensen zijn

Heeft Hij willen wonen.

 

Refr.

Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

 

Overal nabij is Hij

Menselijk allerwegen.

Maar geen mens herkent Hem,

Hij wordt gewoon verzwegen

 

Refr.

Midden onder

 

God van God en licht van licht,

Aller dingen hoeder.

Heeft een menselijk gezicht,

Aller mensen broeder.

 

Refr.

Midden onder

 

Wees verheugd, van zorgen vrij:

God die wij aanbidden

Is ons rakelings nabij,

Wonend in ons midden

 

Refr.

Midden onder

 

PASTORALE MEDEDELINGEN

 

DIENST DER GEBEDEN (dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader)

 

        …..

 

En wij bidden

 

Onze Vader, die in de hemelen zijt,

Uw naam worde geheiligd,

Uw koninkrijk kome,

Uw wil geschiede gelijk in de hemel alzo ook op aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood

En vergeef ons onze schulden

Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

En leidt ons niet in verzoeking

Maar verlos ons van de boze

Want van u is het koninkrijk

En de kracht

En de heerlijkheid

Tot in eeuwigheid Amen.

 

ZINGEN: Lied 634: 1 en 2 (Tijdens het zingen van dit lied is er ook gelegenheid om de kleintjes op te halen).

 

U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer. Uit een blinkend stromen daalde d'engel af, heeft de steen genomen van 't verwonnen graf. U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.

Zie Hem verschijnen, Jezus, onze Heer, Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer. Weest dan volk des Heren blijde en welgezind en zegt telkenkere: "Christus overwint." U zij de glorie, opgestane Heer. U zij de victorie, nu en immermeer.

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, Die mij heeft genezen, Die mij vrede geeft? In zijn godd'lijk wezen is mijn glorie groot, niets heb ik te vrezen in leven en in dood U zij de glorie, opgestane Heer. U zij de victorie, nu en immermeer. U zij de glorie,

 

ZEGEN

 

Amen (3x gezongen)